Hoe lang ben je al actief in het veredelingsvak, en waar liggen je specialiteiten?
Sinds 2003 veredel ik bij commerciele bedrijven. Daarvoor heb ik toegepast onderzoek gedaan bij Plant Research International in Wageningen. Ik heb gewerkt met taxonomie, resistentieveredeling, weefselkweek en nog vele andere functiegebieden. Mijn passie ligt vooral bij sierteeltgewassen, eigenlijk vind ik het gewoon erg leuk om met plantjes te klooien.
Welke gewassen heb je veredeld?
Ik heb me beziggehouden met pelargonium en osteospermum. Op dit moment veredel ik lelies.

Hoe herken jij jouw topras?
Dat topras pik ik er zo tussenuit, maar die heb je zeer zelden. De uitdaging zijn die subtoppers. De goede ouders, die sterke genen hebben, maar die zie je niet altijd. E-Brida kan zeker helpen om zulke toppers te vinden.
Op welke manier richtte je jouw veredelingsadministratie in zonder E-Brida?
Ik gebruikte vooral Access. Ik denk dat veel veredelaars noodgedwongen handig zijn geworden met Access en Excel. De queries die ik maakte in Access importeerde ik in Excel, waar ik met pivot-tables analyses deed.
Waar besteed je de meeste tijd aan tijdens je werk?
Aan het scoren en analyseren van waarnemingen. Tijdens het seizoen ben je hier tot 80% van de tijd mee bezig. De naadloze integratie met scoren middels een PDA bij E-Brida betekent een enorme tijdwinst. Tijdens zulke piekperiodes houd je dan meer tijd over om meteen je analyses te doen.
Wat is volgens jou de mooiste functionaliteit in E-Brida?
De stamboomfunctie, die is helemaal goud. Hiermee kun je op een driedimensionale manier door je Pedigreebook heen lopen. De tree is een van de sterkste punten, heel krachtig. In één overzicht kun je zien wat de opa’s en oma’s zijn, met hun eigenschappen en bijbehorende foto’s. Dit kan niemand op dit moment. Natuurlijk is het mobiel elektronisch scoren ook belangrijk. Verder is het plannen van proeven in E-Brida erg gestroomlijnd.